Army Show Twenthe 2018

Vergezeld van prachtig weer arriveren we even voor aanvang (09.00) van de Army Show Twenthe. We worden opgewacht door een rijtje bezoekers die voor de ingang al staan te wachten om het terrein, zijnde dat van Vliegveld Twenthe, op te mogen. Bij binnenkomst op het terrein vallen we al met ons reukorgaan in de spreekwoordelijk boter, roomboter zelfs in dit geval. Schuin rechts van de ingang staat een adembenemend fraaie Kaiser Jeep M715 nog glinsterend na te dampen van de nachtelijke condens. Rond de auto is het op dit vroege uur nog verdacht stil, dus beloven we onszelf op een later tijdstip nog eens langs de auto te wandelen.

  

Beet! Later in de middag krijgen we de Duitse eigenaar te spreken. Vijftien jaar is hij met de auto bezig geweest om hem terug in perfecte staat te brengen. Vrijwel ieder onderdeeltje aan de auto is origineel. De man is inmiddels een wandelende encyclopedie geworden van de M715. Trots is hij op de originele stickers en platen op het dashboard, waaronder links van het stuur de originele garantiesticker van de Kaiser Jeep Corporation. 

Boven: Let op de grote uitgesneden wielkasten ten opzichte van de civiele Jeep trucks Gladiator, J10 en J20. Het zorgt er voor dat een maatje grotere banden gemonteerd kunnen worden zonder dat de wieluitslag daarna de spatborden zou kunnen ruïneren.

Boven en onder: De zescilinder Tornado motor beleeft zijn introductie halverwege 1962 en is in zijn jaren tamelijk revolutionair.  Het is in de States na de oorlog de eerste motor met bovenliggende nokkenas welke massaal geproduceerd wordt. Het is een uitstekende motor, echter met voor die jaren complexe techniek. De inhoud is 230,5 cubic inch en wij in Europa hebben het dan over 3,78 liter. Die inhoud wordt verkregen, en we zullen je nu niet langer vermoeien met cubic inches, uit een boring van 84,9 mm en een zuigerslag van 111,1 mm. Duidelijk een lange slag motor dus en dat geeft een gunstig effect aangaande het koppel. De Tornado motor werd geleverd met twee compressieverhoudingen, namelijk 8.5: 1 of 7.5:1. Ongetwijfeld is de lagere compressieverhouding te vinden op de militaire uitvoeringen. Die leverde een vermogen van 132 pk bij 4.000 t/pm met daarbij een koppel van 270 Nm bij 2.400 t/pm. De motor met hogere compressie mag zich verheugen op 140 pk, eveneens bij 4.000 t/pm. Het koppel van deze uitvoering is 280 Nm bij 1.750 t/pm. De benzine krijgt de motor aangevoerd middels een Holley R3615 carburateur. Bijzonder aan de motor is verder dat per cilinder slechts één nok van de nokkenas zowel de in- als de uitlaatklep bediende. Die constructie zorgt er voor, vertelt de eigenaar, dat je deze motor wat meer hoort dan je gewend zal zijn van andere motoren. Op onze vraag of hij de motor wil laten draaien is dat geen enkel probleem. De sleutel omdraaien is voldoende om de krachtbron onmiddellijk lustig te laten snorren. De motor draait daarbij zo rustig dat je het idee krijgt met een zijklepper van doen te hebben. Als de motor wat langer draait en op temperatuur komt horen we wat de man bedoelt met het hoorbaar lopen van de motor. Inderdaad tokkelt de motor nu iets meer hoorbaar, maar nog altijd draait hij zijn rondjes zonder aarzelen en staat hij daarbij doodstil.

Boven: Waterdichte ontsteking. Een zwak punt van de motor was het bronzen lager in de waterpomp. Spande je de riem te strak, dan kon je er op wachten dat het er uit liep en dan mocht je weer een nieuwe waterpomp monteren of de oude reviseren. De eigenaar heeft dat probleem verholpen door poelies met drie sleuven te monteren en bovendien de riemen niet al te strak te stellen. Probleem is daarmee verholpen, ook al is dat nu een van de weinige zaken die niet origineel zijn. 

Korte overbrengingen. Achter de motor huist een Warner T-98 versnellingsbak. Via een tussenas gaat het dan naar de NP200 tussenbak en vervolgens naar het Dana 70 achterdifferentieel. De inschakelbare as naar de voorwielen eindigt bij een Dana 60 differentieel. In de civiele uitvoeringen zit de tussenbak rechtstreeks op de versnellingsbak. Vergelijkbaar met de T98 van de M715 is de T18A op de civiele uitvoeringen. Beiden hebben een zeer korte eerste versnelling (T98 6.40:1, T18A 6.32:1). Voeg dat bij de eindoverbrenging van 5.87:1 en je begrijpt dat de M715 flink trekkracht heeft maar dat de topsnelheid bescheiden is met 60 mph (96 km per uur). Daar doet de 1.91:1 overbrenging in de tussenbak niets aan onder.

Boven en twee keer onder: Van het Britse Daimler deze uit 1965 stammende MK1 Ferret met de zescilinder Rolls Royce B.60 motor. Die benzinemotor levert in de productieversie 130 pk (97 kW) bij 3.750 t/pm en moet ruim 3.300 kg op een topsnelheid kunnen brengen van 93 km/h. De Ferret heeft een 4×4 aandrijving die we kennen, namelijk de vermaarde H-aandrijving welke ontwikkeld is door Hub van Doorne en die we onder meer tegenkomen op de DAF YA 126 en DAF YA legertrucks. Hij is in de UK in dienst van 1952-1971 en er zouden er totaal 4.409 geproduceerd zijn.

 

 

Boven: Met loeiende sirenes komt van tijd tot tijd een squadron motorrijders de Army Show opluisteren.

    

Boven en onder: Bedrieglijk echt en in vele maten en uitvoeringen, de modelbouw. Bescheiden qua formaat, groter, ingewikkelder; de verscheidenheid is groot.

Boven: Zelfs de figuren op de tank bewegen! 

Boven en onder: Soms lijkt het of de modelbouw meegroeit met de jeugd….

Onder: En die wordt nooit meer gepest op zijn school…

Boven: Geen miniatuur, gewoon van veraf en bovenaf gefotografeerd…

Onder: Lada uit het voormalige Oostblok.

Boven: Deze Ford GPW bewijst zijn multi-functionaliteit door de telefoon van een van de mannen op te laden….

Boven en onder: Voor de radiateur van de Ford GPW een rolgordijn dat je van binnenuit omhoog kunt trekken. Bedoeld voor wat extra warmte in barre (koude) omstandigheden. 

Boven en onder: Fotograaf Ad was net te laat om deze ‘sjeik’ van voren vast te leggen. Opmerkelijk genoeg hebben we hem daarna niet meer gezien op de show. Het kan ook zijn dat Ad afgeleid werd door de motor bezetting op de foto hieronder….

Boven: Nog altijd één van onze favorieten door zijn relatief simpele maar doeltreffende techniek, de Hummer H1.

Boven: Onze vaderlandse M38A1 (Nekaf) komen we met bosjes tegen, evenals een keur aan Land Rover’s. De civiele tegenhanger heette de Jeep CJ-5. De M38A1 wordt laat 1953 geïntroduceerd; de CJ-5 volgt twee jaar later.  

Onder: De Studebaker Weasel cargo carrier M29.

 

Boven: De beste positie voor je gezondheid is aan de andere kant, want ‘Blauwe Bonen’ bevatten slechte vitamines…. 

Boven en drie keer onder: Live muziek welke in stijl wordt aangekondigd door het manlijke lid van het kwartet “Sgt. Wilson’s Army Show.

Boven twee keer en vijf keer onder: De tegenwoordig zeer zeldzame Citroën TUB wordt in 1937 geïntroduceerd waarna de productie in 1939 van start gaat. De auto is afgeleid van de beroemde Traction Avant. TUB staat voor Traction Utilitairé de type B en deze uitvoering heeft een laadvermogen van 850 kg. De productie is geen lang leven beschoren want die stopt door de oorlog al in 1941. Niet helemaal zeker of er toen nog een aantal exemplaren onder de Duitse bezetting de fabriek hebben verlaten. In die paar jaar tot 1941 zouden er slechts 1.748 gebouwd zijn. De motor heeft de type aanduiding 9CV, heeft een inhoud van 1.910 cc (boring x slag 78 x 100 mm.) en een vermogen van 35 pk bij 3.200 t/pm. Van die 1.748 zouden er 50 zwaarder uitgevoerd zijn (laadvermogen van 1.100 kg) en daarom met een 11CV motor die dan ook de type aanduiding TUC meekregen. De TUB is de eerste bestelwagen met voorwielaandrijving maar ook het ‘cab over’ ontwerp (Forward Control) wordt in die jaren maar sporadisch toegepast op voertuigen (Scania heeft in 1932 een bus met Forward Control). Verder opvallend is de lage laadvloer (42 cm boven de grond), mogelijk natuurlijk omdat de auto voorwiel aandrijving had (je mist immers een cardanas naar de achterwielen).

Boven: Het interieur van de Citroën TUB. Hij zal na de oorlog opgevolgd worden door de Citroën HY.

Boven: Links een Diamond T, type 969A, een viertons bergingsvoertuig met gesloten cabine (op de foto hieronder rijdend). Ze zijn ook geproduceerd met softtop en hebben dan tevens een neerklapbaar voorraam. Beiden zijn aan de voorzijde uitgerust met een lier met een capaciteit van 6.810 kg. Een Hercules zescilinder motor van bijna 8,7 liter vormde de krachtbron. Er zouden er 6203 de fabriek hebben verlaten. Naast de Diamond T een Chevrolet CMK.

Boven en onder: De Austin ‘Tilly’.

 

Twee keer boven en onder: De Britse Scammell Pioneer als bergingsvoertuig met opvouwbare kraan (hefvermogen circa 3 ton). De bergingsvoertuigen van Scammell worden vanaf 1939 geleverd en totdat de productie in 1945 stopt hebben er 1.975 de fabriek verlaten. Op de meeste Scammell’s worden alleen de vier achterwielen aangedreven maar er zijn ook uitvoeringen met aandrijving op alle wielen. Opvallende kenmerken van de Scammell zijn de zeer flexibele assen en de betrouwbare LW6 motor van Gardner. Die heeft een inhoud van 8,4 liter welke een vermogen levert van 102 pk. Door die flexibele assen blijven de wielen lang aan de grond en dat heb je off-the-road graag. Het is ook de opzet geweest van de Scammell Lorriesfabriek in Watford als ze eind jaren twintig met de ontwikkeling van de Scammell Pioneer starten. Het voertuig moet geschikt zijn voor het transport van zware lading in gebieden met slechte infrastructuur. Ze denken daarbij aan bedrijven die actief zijn in bijvoorbeeld de bosbouw of de oliewinning. Bedoeld voor de civiele markt dus, maar al snel ziet ook het leger de mogelijkheden van de (6×4) Scammell voor het transport en bergen van tanks. In eerste instantie tot een gewicht van 20 ton, maar na een aantal verbeteringen werd dat verhoogd naar 30 ton.

   

Boven: Hercules K-125-BW.

Boven: Eén van de in Nederland weinige originele Nekaf’s in brandweer uitvoering. Eigenaar is Jan Visscher en in het verleden schreven we eens een uitgebreid artikel over zijn Nekaf. Naast de Nekaf heeft Jan nog meer fraai (zwaar) legerspul. Een liefhebber dus….

Boven: Dodge WC 56, three-quarter ton command car.

Boven en onder: Renault Goélette 4×4 R2067. We komen de eigenaar recent ook eens tegen bij Stg. 4×4 Limburg. Trots vermeldt hij ons dat hij gewoon rijdend over de weg naar de Army Show is gekomen. “Moet kunnen, want hij is er voor gemaakt en vroeger deden ze dat toch ook”? is zijn veelzeggende commentaar.    

 

Twee keer boven en vier keer onder: De Ford GTB cargo truck (anderhalf ton en 4×4), beter bekend onder de naam ‘Burma Jeep’. Met zijn gedrongen neus doet hij ons steevast denken aan een pitbull. Er zijn er zo’n 6.000 gebouwd en ze deden in meerdere uitvoeringen dienst bij de landmacht en bij de marine. De GTB is in meerdere opzichten tamelijk uniek. Een laag silhouet en kort van lengte maakt de auto uitstekend manoeuvreerbaar mede dankzij zijn zeer korte draaicirkel. Door het cab-forward ontwerp kunnen de chauffeur en bijrijder naast de motor zitten en relatief laag bij de grond, een beetje vergelijkbaar met de Hummer H1. Apart is daarbij de zitpositie van de bijrijder. Je ziet op de foto hierboven de rugleuning van de stoel en mocht je denken dat dit komt omdat de truck nog niet af is: fout, dat is origineel! De bijrijder zit dus met zijn rug naar buiten en met zijn gezicht naar de chauffeur toe! De assen zijn van het ‘split housing type’ van Timken (gedeelde assen). De tussenbak zit niet tegen de versnellingsbak gebouwd maar is een aparte, losse unit. De motor was een militaire uitvoering (G8T) van de standaard truck zescilinder van Ford. Een zescilinder in lijn met zijkleppen en een inhoud van 3,7 liter welke 90 pk leverde bij 3.300 t/pm.

Boven: De lier op de Burma Jeep is goed voor 10.000 pounds (4.540 kg).

Boven: BSA. Onder: Triumph.

Boven: GMC. Onder: Scania L80.

Boven en onder: Een Austin 8AP als Military Tourer. Nu in handen van de vijfde eigenaar horen we en die kent zijn complete geschiedenis. De auto is besteld onder het militaire contractnummer V3927 op 25 mei 1940. Deze voertuigen hadden de militaire nummers M221423-M222041 en worden geleverd aan het Royal Armay Service Corps. De auto op de foto heeft nog zijn originele nummer M221780, chassis 42494 en is gemaakt in augustus 1940. De auto wordt na de Tweede Wereldoorlog voor het eerst geregistreerd in 1947. Tot 1953 wordt hij gebruikt maar daarna wordt hij weggezet tot in de jaren negentig als hij gerestaureerd wordt. Als gezegd heeft de auto sinds 1947 slechts vier eigenaren gekend. 

Boven en onder: De Army Vehicle Club pakt breed uit met onder meer de ‘USA takeldoos’ van Nico en twee Mowag’s.

 

Boven: Tamelijk uniek is ook de GAZ 67 en de 67B. De serieproductie van de GAZ 67 start op 23 september 1943. Hij wordt in januari 1944 al opgevolgd door de GAZ 67B die enkele mechanische verbeteringen heeft gekregen. De motor is een viercilinder met een inhoud van 3,3 liter welke goed is voor 54 pk…. Ai, dat is niet heel veel in vergelijk met zijn Amerikaanse tegenhanger de Willys. Die heeft een motor van 2,2 liter welke 60 pk levert. Zou de eigenaar daarom een andere motor in zijn GAZ gehangen hebben? Overigens is de auto te koop zien we later op de dag. 

Boven: Het interieur van de GAZ 67(B). Je kunt het met goed fatsoen niet eens meer ‘functioneel’ noemen, maar beter is ‘rudimentair’.

Onder: ‘Helaas’ niet de originele motor van de GAZ.

Boven: Flexibele tanks voor water of brandstof. Transport per helikopter (kan gedropt worden), als sleep achter een auto of per boot. Ze waren te koop op de Army Show. 

 

Boven en onder: Volkswagen Kubelwagen.

 

Boven: Wel eens van een Grumman Olson gehoord? Amerikaans, grotendeels aluminium en een significant aantal van deze ‘walk-in’ bestelwagens is geleverd aan de United States Postal Services die er in 1984 een dikke 150.000 bestelden. In 2003 verandert de naam in Morgan Olson en nog altijd produceert het bedrijf walk-in bestelwagens en nog wat soortgelijke voertuigen.

 

  

Boven en onder: Renault TRM 2000.

Boven en onder: DAF 66 uitwendig en inwendig.

  

Boven: Magirus Deutz.

  

Boven: Henk Visscher in zijn ‘Lappy’ (Volvo Laplander).

Boven en onder: De Britse Universal Carrier, beter bekend als Bren Gun Carrier. Maar liefst 113.000 zijn er gebouwd.

 

Boven: Toyota LandCruiser.

Boven: En opnieuw loeit de sirene…

   

  

Boven: Dame met een ‘dog-carrier’….

Onder: Ford Mutt M151A2.

 

Boven: Een leuk hondje en zowaar twijfelt Linda van yourdoggy.nl! Ze gokt tussen een Havanezer en Leeuwhondje en denkt daarbij het meest aan laatstgenoemde welke niet in showtoilet is getrimd. Wie het weet mag het vertellen!

Boven en onder: De Clarktor is een vliegtuigtrekker waar we eerder over geschreven hebben toen we hem tegenkwamen op het Wings and Wheels evenement. De eigenaar kregen we nooit te pakken, maar hier op de Twenthe Army Show wel. Wat we van hem te weten komen is dat de achterste spatborden massief zijn om zodoende druk op de achterwielen te genereren! Het gewicht? Ongeveer 500 kg. per stuk! 

Boven: De M4 High Speed Tractor.

Onder: Mack.

Boven: 30 mei tot en met 8 juni 2019….

Boven en twee keer onder: I.H.C. (International Harvester Company) M9A1 half-track vermoeden we…. Ze zijn door veel bedrijven gemaakt deze modellen.

Boven: Volvo C303.

Boven: Gaz 69.

Boven: Ja hoor, leuke honden te kust en te keur, maar deze kenden we niet, een Australian Kelpie. Gelukkig kostte het Linda Zantingh van yourdoggy.nl geen enkele moeite haar feilloos te benoemen.

 

Boven: Een Ford GPW ingericht voor het vervoer van gewonden.

Onder: Robot voor het opsnorren van mijnen?

Boven: Land Rover FC 101.

  

Boven: 1 op 1 replica van een Sonderkfz 247 B. Origineel zijn er tussen de 60 en 90 gebouwd tussen 1938 en 1942 door Mercedes Benz Berlijn. Alle vier de wielen werden aangedreven. De motor was een 3,8 liter V8 van Auto Union welke 81 pk leverde. Het onderstel kwam van Horch. De replica doet het met Land Rover techniek, inclusief de 3,5 liter V8 motor van 150 pk.  

Boven en onder: Citroën U23 van net na de oorlog met zijn eigenaar achter en Vera Lynn op de platenspeler. In het verleden schreven we eens een artikel over de U23 maar dan een Duitse versie. De Duitsers hebben er zo’n 6.000 in gebruik genomen nadat ze Frankrijk veroverd hadden. De auto is lang geproduceerd. De voorzijde lijkt weliswaar op de beroemde Traction Avant (letterlijk voorwiel aandrijving), maar de aandrijving van de U23 was nog conventioneel op de achterwielen. 

 

Boven: We raken in gesprek met de eigenaren van deze prachtige Land Rover 88 Light Weight, pa Jan en zoon Rienk Krol. Ze zijn met hun Laro lid van het Dutch Peace Army (DPA) en, niet heel vreemd want de mannen komen uit Friesland, de vereniging Noord Nederlandse Leger Voertuigen (NNLV), beiden verenigingen die oude legervoertuigen in ere houden. ‘s-Morgens vroeg raken we al heel even met de mannen in gesprek, maar eind van de dag zal de ontmoeting ons veel langer heugen. Het is warm en de mannen bieden ons spontaan hun één na laatste biertjes aan waar we graag op ingaan. Het wordt een gezellig babbeltje en we horen van de mannen dat ze eens per jaar ook op het strand van Katwijk rijden met de Laro van Rienk. Maar dat niet alleen. Jan rijdt in Spanje met zijn Jeep Wrangler Sport eveneens off-the-road met een lokale off-road club (www.4x4espana.com). En mocht je informatie zoeken over de Eerste Wereldoorlog, dan moet je op bezoek op de website van een vriend van Jan wordt ons op het hart gedrukt (www.wereldoorlog1-locaties.nl). Na een klein uurtje moeten we helaas afscheid nemen, maar Jan en Rienk, als jullie er volgend jaar weer zijn, neem alsjeblieft niet meer bier mee, want dan komen we nooit meer thuis…. 

 

 

Boven en twee keer onder: De M561 ofwel Gama Goat is een zeswiel aangedreven legervoertuig met licht amfibische kwaliteiten welke ontwikkeld werd voor gebruik in Vietnam. De voor en achterwielen zijn tegengesteld stuurbaar wat je goed kunt zien op de onderste foto. De terreinkwaliteiten waren uitzonderlijk goed. De naam is afgeleid uit twee bronnen. Het eerste deel ‘Gama’ komt van de achternaam van de uitvinder Roger Gamaunt en ‘Goat’ omdat het voertuig de terreinvaardigheid heeft van een berggeit. De motor met 2,6 liter inhoud is een tweetakt Detroit 3-53 diesel met een vermogen van 101 pk en een koppel van 294 Nm. Vloeistof gekoeld in de productie versies, in tegenstelling tot de prototypen die uitgevoerd waren met luchtgekoelde motoren. Die werden echter te heet. 

Boven en onder: Zowel overdekt als buiten talloze stands met van alles op het gebied van militaria. Ook de wereld van de modelbouw hoort daar bij.

 

Boven: je ziet ze niet heel veel, maar toch zijn er van de ambulance uitvoering van de Austin K2, de K2/Y, circa 13.000 gebouwd in de jaren 1939-1945. De Austin Motor Company bouwde de auto, maar het deel voor de gewonden werd gebouwd door Mann Egerton. De auto was populair onder militairen die hem de bijnaam Katie gaven. De auto is gebaseerd op de civiele lichte vrachtwagen Austin K30 met als belangrijkste visuele verschil de vereenvoudigde bestuurderscabine. Die moest het zonder deuren stellen maar de elementen buiten zien te houden middels een canvas zeil. De ruimte voor de gewonden (LxBxH 2,6 x 2,0 x 1,7 meter) bood plaats aan vier liggende of tien zittende militairen plus een verzorger. Vanuit de bestuurderscabine kon je de gewonden bereiken via een kleine tussendeur maar voor de gewonden zelf waren er twee grote deuren aan de achterzijde van het voertuig. Ook de Amerikanen gebruikten de K2/Y voor het vervoer van gewonde kameraden, totdat Dodge met een 4×4 voertuig (WC 54) kwam voor het vervoer van gewonden. In het terrein was deze superieur aan de achterwiel aangedreven Austin K2/Y en daarom nam het Britse leger deze naast de Austin eveneens in dienst. De Austin heeft een zescilinder benzinemotor met een inhoud van 3,5 liter. Die leverde 63 pk bij 3.000 t/pm. 

Boven en onder: Wat deze Willys CJ2A bijzonder maakt is dat hij uitgevoerd is met een complete PTO installatie.

 

Boven: De Zwitserse Saurer 2DM. Saurer werd in 1888 opgericht door Adolph Saurer en de trucks genoten lange tijd internationale faam. Het merk was een pionier op het gebied van dieselmotoren en leverde die onder meer aan Fiat en Scania.

Boven en onder: Net als op vliegtuigen in WW II komen we ook pin-ups op motoren tegen. Zowaar zelfs een ‘duivelse’ Betty Boop in een ‘oer Hollands’ design, maar zonder klompen…

 

Boven en onder: Triumph motoren in de Navy uitvoering zijn tamelijk dun ‘gezaaid, evenals de Matchless op de foto hieronder. We zijn niet heel goed in motoren, maar vermoedelijk hebben we met een Matchless G3 van doen.

Voor wie geïnteresseerd is in meerdere aspecten van het 4×4, vereer de Army Show eens met een bezoek. Geheid dat je een aantal bijzondere 4×4’s  tegenkomt en de eigenaren vertellen je maar wat graag over de geschiedenis en kenmerken van hun voertuig. Je mag immers wel stellen dat een flink aantal wortels van de 4×4 hun oorsprong vinden in het leger. Wij hebben weer genoten van de Army Show Twenthe en hopen er volgend jaar weer bij te zijn. Nieuwsgierig van wat we daar dan tegen zullen komen zijn we nu al…

Fotografie: Ad Woolthuis & Martin Brink. Tekst: Martin Brink.

0

One thought on “Army Show Twenthe 2018”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.