Kampioen in de dop

Zo ben je in een verloren uurtje wat aan het surfen op het wereldwijde web en valt je oog als bij toeval op een foto van een onbekende ‘jeep’. “Wat hebben we hier in vredesnaam” is de vraag die je jezelf meteen stelt. Dit voertuig ken ik niet. Een blik op de weinige tekst onder de foto vermeldt dat het gaat om een ‘Nuffield Gutty’ uit 1947. Dat is de enige informatie welke de foto vergezeld en daar kun en moet je het mee doen. De diepgewortelde, aan 4×4 voertuigen gerelateerde nieuwsgierigheid in mij bloeit op. Ik begin verder te speuren op de digitale snelweg in een poging om toch meer over deze onbekende 4wd te weten te komen. En wat ontdekken we na het nodige speurwerk? De Nuffield Gutty blijkt de basis te vormen voor een latere ‘kampioen’ onder de 4×4’s.

De aanloop. William Morris, oftewel Lord Nuffield, krijgt in 1935 het verzoek van de Britse premier Stanley Baldwin om met diens bedrijf Nuffield Mechanizations Ltd de mechanisatie van het Britse leger te bestuderen en te verbeteren. Dit leidt tot de (door)ontwikkeling en productie van onder andere vliegtuigmotoren, tanks en motoren hiervoor en het Bofors luchtafweergeschut.

Dood spoor? In het begin van de 2e Wereldoorlog wordt door de bij Nuffield in dienst zijnde Sir Alec Issigonis een mechanische kruiwagen, de zogeheten ‘Guppy’ ontwikkeld. Deze Guppy is een 2.40 meter lang voertuig met ballonbanden en een buitenboordmotor. Dat laatste impliceert tevens dat het voertuig amfibisch is. Verdere bijzonderheden zijn dat het een lading van 227 kg. met loopsnelheid kan vervoeren en dat de Guppy vanuit een vliegtuig met een parachute gedropt kan worden. Ondanks deze kwaliteiten komt de Guppy nooit in productie. En helaas bestaan er geen foto’s van de Guppy voor zover ons bekend.

Te laat… In die jaren wordt ook een Nuffield ‘lightweight jeep’ ontwikkeld (zie foto’s naar onder). Dit is een Willys waarvan de voor- en achterbumper wordt verwijderd, alsmede de steunen. De laadruimte van de Willys moet er ook aan geloven en wordt rigoureus achter de achterwielen afgezaagd. Aanpassingen en verplaatsingen worden gedaan aan de carburateur en het olie- en luchtfilter zodat de motorkap verlaagd kon worden. De tests zijn veelbelovend en succesvol maar tegen 1944, als het voertuig in orde wordt bevonden, is het overbodig geworden en het komt derhalve niet tot productie. Er zijn tegenwoordig wel enkele replica’s van deze Nuffield lightweight jeep’s te bewonderen op militaire beurzen en evenementen.

‘Grillig’… Pas als de 2e Wereldoorlog voorbij is ziet de Gutty het levenslicht als het Britse War Department een vervanger zoekt voor de succesvolle Willys. Ook Land Rover ontwikkelt in die jaren een 4×4, maar het Britse War Department ziet op dat moment meer in een eigen ontwikkeld voertuig. Onder leiding van Sir Alec Issigonis wordt deze 4×4 ontwikkeld met een monocoque constructie, onafhankelijke wielophanging afgeveerd door torsiestaven en een 1800 cc boxermotor. Er zouden drie prototypes gebouwd zijn, maar daarover bestaat enige twijfel. Zeker is echter dat er twee gebouwd zijn, want op foto’s uit die tijd zijn namelijk twee verschillende kentekens te spotten, JLR 490 en JLR 491. Bovendien is er verschil in het front te zien, een met een grille met horizontale sleuven en de ander een grille met verticale sleuven. Ook hier blijft het echter weer bij prototypes. De problemen die bij proeven met de Gutty aan het licht komen worden als teveel (en waarschijnlijk te kostbaar) werk gezien zodat productie uitblijft.

Diplomatiek. Maar de weg van Gutty naar de eerder genoemde ‘kampioen’ is nog zeker niet ten einde. De Gutty wordt onder handen genomen door ‘the fighting vehicles research and development establishment’, een onderdeel van het Britse Ministerie van Defensie. Hieruit ontstaan twaalf prototypes van de ‘Wolseley Mudlark’. Wolseley Motors Ltd. is namelijk ook eigendom van Lord Nuffield. De door een Rolls Royce viercilinder motor (B40) aangedreven Mudlark wordt uitgebreid getest en, afgezien van enkele kleine zaken, goed bevonden. Het Amerikaanse leger krijgt er ook een te leen om te testen. Zij vinden het een goed gebouwde wagen (hoe bedoel je diplomatiek), maar hebben toch enige kritiek op de koeling en de transmissie. Bovendien voorzien ze problemen met het differentieel.

De geboorte van een ‘kampioen’. Uiteindelijk wordt de Wolseley Mudlark na de enkele, noodzakelijke aanpassingen in productie genomen en verandert daarbij van naam. De officiële benaming wordt ‘Truck ¼ ton, 4×4, ct, Austin Mk1’, waarna Austin de opdracht krijgt om 15.000 voertuigen te bouwen. Terzijde mocht je dat vreemd in de oren klinken, Austin is inmiddels gefuseerd met Morris Motors van William Morris (Lord Nuffield). De gewone soldaat geeft het voertuig echter al snel de bijnaam ‘Champ’ (kampioen). Deze naam blijkt populair en vandaar dat deze 4×4 zijn verdere leven doorgaat als Austin Champ.

Boven: De enige Nuffield Gutty staat in een museum.

Foto boven en onder: De Wolsely Mudlark FV1800.

Boven en onder: De Nuffield lightweight jeep.

Het einde van een kampioen. Weer later blijkt de Austin Champ te duur in aanschaf en onderhoud te zijn. De productie stopt voortijdig bij 13.000 exemplaren en het Britse leger kiest voor de Land Rover die de helft goedkoper is. Er is nog één overgebleven prototype van de Nuffield Gutty, de JLR 490 welke te bezichtigen is in het British Motor Museum in Warwick. Lord Alec Issigonis zou later bekend worden voor zijn ontwerp van de Morris Mini, oftewel de wereldberoemde Mini.

Foto boven en vier onder: Een Austin Champ gefotografeerd door Peter Bouwmans tijdens de 4×4 Vakantiebeurs in 2012.

Fotografie Nuffield voertuigen: Internet. Fotografie Austin Champ: Peter Bouwmans (Peerke’s 4×4 Uitjes). Tekst: Peter Bouwmans.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.