ANVT in Wamel

Wie terrein.nu volgt weet dat we niet lang geleden nog een bezoek brachten aan de ANVT in Loon op Zand, toen ze daar half mei dit jaar hun vijfendertig jarige jubileum vierden. Omdat wij van terrein.nu pogen zoveel mogelijk clubs in beeld te brengen bestaat er dus niet direct de noodzaak om de ANVT binnen anderhalve maand opnieuw met een bezoek te vereren, ook al gaan we steevast met veel plezier naar deze oudste 4×4 club van Nederland. Is het dan de relatief korte afstand van ons thuis naar Wamel die ons blij maakt? Die korte afstand is natuurlijk mooi meegenomen en omdat we naar Wamel de snelweg zoveel mogelijk vermijden zijn de heen- en terugreis een heerlijke verademing tegenover de vaak gebruikelijke, saaie snelwegen. Maar afstand is ‘relatief’ roepen we al jaren. Zouden we bijvoorbeeld in Vacticaanstad op de trein stappen, dan mogen we op de aldaar kortste treinverbinding ter wereld na 600 meter al weer uitstappen. Het geeft je nauwelijks tijd om te gaan zitten dunkt ons. Wil je echter een keer één rondje rijden over de langste snelweg op de wereld, dan praten we over een afstand van 14.500 kilometer (Highway 1 in Australië). Nee, we komen er vooral graag door het onvoorspelbare terrein waar gereden mag worden en de, vaste prik, uitstekende sfeer welke standaard aanwezig lijkt te zijn. 

Heenreis Wamel. In plaats van de (qua kilometers veel langere) snelwegen kiezen we er naar Wamel voor om vanuit Amersfoort langs de Leusderhei richting Doorn te rijden om vervolgens bij Wijk bij Duurstede het pontje over de Beneden-Rijn (even westelijker wordt het de Lek) naar Rijswijk te nemen. Een leuke onderbreking voordat we verder rijden naar Tiel om daar een kort stukje snelweg te pakken tot de eerstvolgende afslag richting Beneden Leeuwen. Daar geen pontje om over de Waal te geraken, maar de Prins Alexander brug en dan is Wamel niet ver meer. De enige tegenslag op onze route zijn wegwerkzaamheden in Tiel, alhoewel door de fraaie landschappelijke en relatief korte omleiding van echte tegenslag geen sprake is. Eerder denk je aan ‘mooi meegenomen’, want we hebben geen haast. We zijn immers ruim op tijd. Wel nemen we ons voor de terugweg naar huis over de Rijn het pontje richting Amerongen te pakken. 

Instant variatie. Het weer is uitstekend en dat stemt op voorhand al vrolijk. Op het adres van Wim Bernts, alias de ‘geitenboer’ zoals de meeste off-roaders hem kennen, worden we bij de ingang opgevangen door twee notabelen van de ANVT, waaronder Jan Hol. We hebben het even over de opkomst, vooral omdat ook de ANVT een poosje niet in Wamel geweest is. Het waarom van de ANVT horen we ook bij andere clubs. Het terrein is niet heel groot en als je dan een groot aantal leden verwacht, dan praten we niet over terreinrijden, maar ‘angst voor file’ rijden. Toch is daar wel een oplossing voor. Verdeel als club je off-road evenement simpel over een heel weekend, dus over twee dagen. En dat is precies wat de ANVT gedaan heeft dit weekend van 29-30 juni. Een tweede reden welke nog wel eens opgeworpen wordt is dat niet iedereen gecharmeerd is van de ondergrond. Daar zetten we onze vraagtekens bij. Het is waar dat de ondergrond van rivierklei onvoorspelbaar is. Is het de voorgaande dagen langere tijd droog, dan valt rijden ter plekke reuze mee. Heeft het geregend, dan is het een heel ander verhaal. Zouden we het terrein de gebruikelijke off-road kleurcodering mogen geven, dan varieert het van heel licht blauw tot en met zeer donker zwart. Maar is dat niet juist wat off-road rijden zo aantrekkelijk maakt? Kunnen dealen met die mogelijke variatie? Daar op in kunnen spelen zijn toch juist de charmes van de off-road avonturen? Daarnaast constateren we dat het terrein inmiddels duidelijk meer variatie biedt. Dank gaat daarbij uit naar Wim en opnieuw de rivierklei. Sporen welke in het verleden gecreëerd werden zijn nog altijd modderig. Regenwater zakt nu eenmaal moeilijk door de hechte en homogene structuur van de rivierklei die kenmerkend is voor de benedenloop van onze grote rivieren. 

Boven: Mannen die we inmiddels al vele jaren tegenkomen en dan maken we vroeg in de morgen graag even een praatje met ze. Links op de bijrijdersstoel is Jeroen van Gemert en rechts Ronald Neefs.

Onder: Nog iemand die er vrijwel altijd bij is, Raymon van Maldegem. Hoe de dame naast hem heet moeten we je schuldig blijven.

Algemene opmerking. De ANVT mag bogen op een al jaren hechte organisatie. Een flink aantal officials zorgen iedere maand dat alles op rolletjes loopt. We halen ze nog maar eens voor het voetlicht, want het wordt door sommige off-road liefhebbers nog wel eens vergeten dat deze dames en heren daar voor jullie belangeloos hun vrije tijd opofferen. Bedenk dat ze geen professionals zijn maar gemotiveerde en gepassioneerde amateurs die door de week gewoon druk met hun eigen werk zijn. En tuurlijk mag je best eens kritiek hebben als je denkt dat iets op organisatorisch gebied beter zou kunnen. Opbouwende kritiek is altijd welkom, zeker als het er toe zou leiden dat het off-road spel daarmee nóg leuker wordt. Niet gewaardeerd wordt kritiek na afloop van een evenement op bijvoorbeeld social media kanalen. Eerlijk is eerlijk, de ANVT heeft daar gelukkig weinig last van, vooral dankzij de gedegen organisatie van jarenlang dezelfde medewerkers.

Tarzan without Jane? Op de zaterdag weten iets meer dan vijfentwintig auto’s Wamel te vinden, uiteraard zonder de auto’s van de organisatie mee te tellen. Op de zondag, de dag dat terrein.nu aanwezig is, zijn het er iets meer dan vijfendertig. De ANVT organisatie is er tevreden mee en zelfs boven verwachting, getuige de iets te weinig ingeslagen worstjes voor de lunch. Dat aantal van ruim zestig verdeeld over twee dagen, plus de auto’s van de organisatie zou teveel zijn voor het formaat van het terrein als je die op één dag zou proppen. Een aantal tot maximaal vijftig auto’s per dag valt goed te behapstukken en is ook het aantal dat eigenaar van het terrein Wim hanteert. Over het geheel genomen kan er heel leuk gereden worden. De hoge en dichte begroeiing maken het hier en daar extra spannend omdat je de ondergrond absoluut niet ziet. En iedere keer uitstappen om die ondergrond te verkennen is voor de meeste deelnemers geen optie. Het bevordert wel het ‘ontdekkingsreiziger’ gevoel, dat je regelmatig de indruk geeft in een oerwoud rond te dolen. Enkele bulten op het terrein zijn niet heel moeilijk, maar worden in de loop van de dag wat listiger doordat het gras plat gereden wordt. Gladjes, maar het haalt het niet bij de rivierklei. Op een drietal plekken zijn dat de absolute ‘hotspots’. Daar is de ondergrond als gevolg van vocht spekglad. Daar zien we regelmatig lintjes tevoorschijn getoverd worden of een lierkabel uitgerold worden. Toch zijn het juist die plekken waar meerdere off-road liefhebbers als een magneet naartoe worden getrokken. Sporen zijn eveneens voor veel off-road liefhebbers onweerstaanbaar. En om daar doorheen te komen moet je ook van goede huize komen! We klagen beslist niet, want het levert kekke actieplaatjes op voor ons fotografen.

 

Boven en onder: Een ogenschijnlijk niet heel moeilijk putje is toch wat listiger dan vooraf doet vermoeden. Verschillende off-roaders verkijken zich er dan ook op. Terug naar waar je vandaan bent gekomen blijkt de beste optie, maar neemt niet weg dat een enkeling het voorwaarts voor elkaar krijgt. Omdat de meeste auto’s geen lier aan de achterzijde gemonteerd hebben ben je achteruit afhankelijk van de lier van een collega terreinrijder of anders een eigen sleeplint en externe hulp van een mede off-road liefhebber.

 

Vintage bolide mix. Het leuke van algemene 4×4 clubs of verenigingen zijn de variatie aan off-road voertuigen welke je er tegen kunt komen. Boven ‘still alive and kicking’ natuurlijk een ‘modern kind’ van de stokoude Jeep familie (kun je interpreteren als ‘nog altijd gezond en actief’), maar op de twee foto’s hieronder de met uitsterven bedreigde Daihatsu Taft. De Daihatsu Taft beleeft zijn introductie in 1974 en verdwijnt van het toneel in 1984 als hij vervangen wordt door de Daihatsu Rocky. De eerste Taft uit 1974 is de F10 met een 1,0 liter benzinemotor. In 1977 wordt deze vervangen door de F20 reeks met een grotere, 1,6 liter benzinemotor. Maar ook brengen ze in dat jaar de F50 uit met een 2,5 liter dieselmotor. Klein, licht en uitgerust met een dieselmotor zijn dat ingrediënten die zorgen voor feest in het terrein zul je begrijpen. In 1979 zien we nog pick-up versies (F25 en F55) verschijnen. Overigens leren we via het internet dat Taft staat voor Tough and Almighty Four-wheel Touring. Een slogan die dit terreinmonstertje op het lijf geschreven is.

Boven twee keer: Geen ANVT evenement zonder dat je de Iltis van Albert Posthumes tegenkomt. Steevast komt hij met een vriend en rijden ze om de beurt. We kennen Albert al van voor onze 4×4 interesse, ongeveer eeuwen geleden. We werken dan nog in de Automotive sector in Nijkerk waar ook Albert resideert en zijn brood verdient in de autowereld.

 

Boven en onder: Een voorbeeld van hoe en waar het ‘oerwoud gevoel’ je kan overvallen.

Boven: Ze worden verkocht als ‘zandladders’, maar dat neemt niet weg dat je ze eveneens in de modder kunt gebruiken. Of dat ook geldt voor kleverige rivierklei is een heel ander verhaal. We moeten er niet aan denken ze na afloop schoon te moeten maken….

Boven en onder: Ook Wim Bernts loopt, net als de off-road liefhebbers met hun vierwiel aangedreven bolides, over zijn eigen terrein ‘geheel op eigen risico’. Komt vandaag als ’tweepoter’ niet ongeschonden thuis zoals je ziet. Zijn hond hieronder heeft daar als vierpoter geen last van. 

Slim bezig. Zijn de sporen wat te diep voor jouw bolide, dan is het opvullen met wat voorhanden is een goed idee. Zodra je maar even met je auto op diens buik komt te liggen, en er daardoor minder druk (lees: gewicht) op de wielen komt, is het vrijwel zeker dat je wielen door zullen slippen. Rivierklei omschrijven we niet voor niets als zijnde het meest gladde spul in ons lage landje.

Unus pro omnibus, omnes pro uno. Die wijsheid hebben we niet van onszelf, maar schiet ons te binnen bij het zien van de verschillende nummerplaten welke we tegen komen. Natuurlijk zien we Nederlandse platen, maar ook een Belgische (boven) en Duitse (onder) nummerplaat onder de deelnemende auto’s. Verschillende nummerplaten in een volgens politici ‘één Europa’ doet onwillekeurig denken aan die Latijnse spreuk welke vertaald in het Nederlands luidt: ‘één voor allen en allen voor één’. Die spreuk is het nationale devies van Zwitserland en van de fictieve ‘Drie Musketiers’, een bekend verhaal dat in 1844 voor het eerst in een boek verschijnt en geschreven is door de Franse schrijver Alexandre Dumas.

    

Boven: Niet zelden biedt menselijke spierkracht off-the-road uitkomst.

Boven drie keer en onder vier keer: Helden van de dag. Boven recovery helemaal volgens de regels van de ‘recovery kunst’. Lintje om een boom zo ver mogelijk verwijderd en iets over de lierkabel of liertouw hangen zodat het in geval van breken ‘dood’ valt. Daan den Ouden op de vier foto’s onder probeert een serieuze modderput te tackelen. Hij krijgt maar weinig navolging, maar geniet wel de eer het in ieder geval geprobeerd te hebben. Bijna lukt het hem ook, maar een korte lieractie wordt uiteindelijk onvermijdelijk.

Smaakvol einde. Later in de middag is de offroad pret helaas over. We praten nog wat na met de organisatie en terrein eigenaar Wim Bernts. We sluiten visueel af met een struik die volgens tientallen vlinders onweerstaanbaar lekker is. Net als dat tientallen off-road liefhebbers, net als wij, het terrein in Wamel onweerstaanbaar vinden. Rest ons nog de binnendoor thuisreis. Langzaam afkicken heet dat en veel leuker dan de ijskoude domper die de snelweg biedt.

Fotografie: Ad Woolthuis & Martin Brink. Tekst: Martin Brink.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.