Jeep Club Nederland in Overloon

Eerst is het Dudley op woensdag, dan volgt het zwaarste mispunt Eunice op vrijdag en tenslotte, om het trio compleet te maken, krijgen we deze zondag Franklin voor onze kiezen. Franklin is, alweer volgens het KNMI én Met Office, genoemd naar Frank(lin) Kroonenberg. Frank Kroonenberg overleed in 2021 en was bij leven ruim veertig jaar werkzaam bij het KNMI, maar ook weerpresentator bij de NOS. Ook droeg hij bij aan de totstandkoming van het zogeheten Meteoalarm, het (internationale) platform met weerwaarschuwingen en aan de naamgeving van stormen. We durven het te betwijfelen. Welingelichte bronnen hebben ons laten weten dat heel Nederland wat op de mouw gespeld is over de naamgeving. Wij weten nu van onze bron dat het de voorzitter van de Jeep Club Nederland, Frank Eijk, is geweest die zijn naam aan storm Franklin heeft uitgeleend…

Boven: Voorzitter van de Jeep Club Nederland (JCN), Frank Eijk. Let op zijn geniepige lach….

Smaakverschil. Enfin, voordat de storm in alle hevigheid losbarst stappen we in de auto en draaien we het stuur richting het Brabantse Overloon, alwaar de JCN te gast is bij de MSV Overloon. De voorbode van storm Franklin laat al van zich gelden door voortdurend regenwater op ons vervoermiddel te laten kletteren. Slechts een heel kort moment zijn we verlost van het heen en weer zwiepen van de twee plakken rubber op onze voorruit, maar het is te kort om ons hoopvol te stemmen. Net voor aanvang van het evenement arriveren we op ‘de plek des onheils’. Althans, dat is onze vooraf ingecalculeerde verwachting. We komen ‘prettig bedrogen’ uit, want zodra we uitstappen stopt het met regenen! Ineens smaakt de koffie bij de inschrijfbalie een stuk lekkerder!

‘Beestachtig’ aantal pony’s’. Na zo’n lange tijd als gevolg van het ‘jeweetwel’ is het welkom van de JCN organisatie meer dan hartelijk. Immers, het zijn door de jaren ‘off-road brothers’ geworden. Het is lekker druk zien we al aan het flinke aantal geparkeerde Jeeps en dat wordt even later bevestigd door de organisatie. Bijna zeventig ‘internationale’ Jeepers staan er volgens de inschrijflijst te popelen om het veld in te gaan (we zien behalve deelnemers uit Nederland ook deelnemers uit België en Duitsland) en daar hebben we de auto’s van de organisatie van zo’n tien stuks nog niet bij geteld. Collega Peter Bouwmans is ook al aanwezig en vol goede moed hangen we onze camera’s om onze nekken en maken we ons op om het veld in te gaan. Maar niet nadat we een babbeltje maken met Hugo Oomen van Matrho. Die liepen we al tegen het lijf zodra we uitstapten, maar dan hebben we nog geen weet van Hugo’s nieuwe bolide. Weliswaar zien we wel zijn muisgrijze Jeep Rubicon staan, maar het meest begerenswaardige lekkers huist onder de kap. Yep, de foto’s bewijzen het, maar inderdaad zien we daar de nu al bijna legendarische ‘392 HEMI V8′! Die 392 cubic inches, want daar staat het getal voor, is het equivalent van een 6,4 liter, atmosferische achtcilinder die zo’n 450 pony’s op de wereld loslaat zodra je het gaspedaal intrapt! Dat het met zo’n dergelijke kudde lekker ‘vol’ is onder de kap moge duidelijk zijn. Hugo heeft zich niet ingeschreven voor het evenement en komt alleen een poosje kijken en wellicht is dat maar goed ook. Het is namelijk niet denkbeeldig dat wanneer hij het gaspedaal stevig in zou trappen op de crossbaan, storm Franklin eerder arriveert. Geheid namelijk dat de aarde dan een stukje sneller wegdraait, Franklin tegemoet zeg maar…

Boven en onder: De 392 HEMI in heel zijn glorie.

Boven: Wel duidelijk wie er vandaag aanwezig zijn op de crossbaan van de MSV Overloon.

Onder: Even aanhaken voor een redding, maar onduidelijk is waarom er een lelijk gezicht bij getrokken moet worden.

Drijfzand? We hoeven niet ver te lopen om te constateren dat de crossbaan flink zompig is. Overal zie je kriskras diepe moddersporen en waar je ze niet ziet worden ze aan het oog onttrokken door rijkelijk gevulde plassen water. Oeps, dat gaat spannend worden is onze niet uitgesproken gedachte als we op een ogenschijnlijk begaanbaar stuk opgeworpen zand onverwacht meer dan ‘laarsdiep’ in de modder zakken. Vlug kijken we om ons heen of niemand ons heeft zien wegzakken, want dan zijn we als fotograaf verzekerd van het nodige commentaar. Nu al zien we op diverse plaatsen Jeeps (tijdelijk) vast staan. Chauffeurs en bijrijders zijn ijverig bezig met sleeplinten en het uitlopen van een liertouw of lierkabel. Tussendoor zien we een drietal marshals van de club rijden met achter hen een sliert van vijf à zes Jeeps. Middels de Academy brengen zij nieuwe Jeepers de beginselen van de edele kunst van het terreinrijden bij. Dat is ‘normaal’ tenminste de gang van zaken, maar nu niet. Nu is het ‘ze pogen’ aspirant Jeepers de beginselen van de edele kunst van het terreinrijden bij te brengen. Zo lang ze namelijk zelf niet vast staan en dat is vandaag niet denkbeeldig…

Kleurrijk parcours. Gelukkig is het niet overal zompig in het kwadraat. De crossbaan zelf blijft het langst ‘berijdbaar’. En laten we eerlijk zijn, dat deze voor het grootste deel erg modderig is maakt het alleen maar leuker. Voor de meeste rijders is het ronduit genieten en dat valt aan de gezichten af te lezen. Bij de nieuwelingen komt daar nog zichtbare verbazing bij. Verbazing omdat de Jeep telkens meer kan dan ze vooraf mogelijk houden. Het zijn de uitgezette proeven naast de baan waar menig Jeeper toch even achter de oren krabt of waar we bij anderen een voorzichtig zweetdruppeltje van het voorhoofd zien parelen. Als gebruikelijk zijn die proeven aangegeven middels gekleurde pijlen. Blauw moet voor iedere Jeep mogelijk zijn, rood is voor licht tot zwaar geprepareerde Jeeps en zwart voor de waaghalzen, fanaten zo je wilt, die beginnen te likkebaarden zodra de modder boven het dak uitstijgt. De die-hards zeg maar, voor wie niets gek genoeg is. Dan hebben we bewust nog niet de groene pijlen genoemd die de JCN nog niet zo heel lang hanteert. Die zijn voor de twee wiel aangedreven Jeeps of Jeeps met een (ietwat) eenvoudiger 4×4 systeem, zoals bijvoorbeeld enkele uitvoeringen van de Jeep Renegade. En nee, deze groene pijlen lijken vandaag ‘spoorloos’ om het maar in ‘ondergrondse’ termen uit te drukken… 

Boven: ‘Loet Jeeperke’ de Heijde. Naar verluidt waren zijn eerste woordjes niet papa of mama, maar ‘jeepie, jeepie’. Overigens was dat even na zijn zeventiende verjaardag….

Boven: Oeps, hoe werkt dat ding ook alweer?

‘Leesgezichten’. Wie goed kijkt kan al aan de uitdrukkingen op de gezichten zien of er op zo’n zware baan een onervaren of ervaren Jeeper achter het stuur zit. Een gezicht met grote ogen en een hand voor de mond: onervaren, ongeacht of diens ogen angst uitstralen of ongeloof. Het gezicht afgewend: lichte ervaring met de wetenschap dat het verkeerd kan aflopen omdat hij geen sleeplint bij zich heeft en geen lier op de auto. Het gezicht van de co-piloot met een verlangende blik in de ogen gericht op de bestuurder: wat ruimere ervaring en vraagt zich af wanneer hij/zij nu eindelijk mag rijden. Een piloot met een nonchalante blik in de ogen: best wel ruime ervaring maar doet net of hij expert is omdat hij bij de die-hards wil horen. Blijven over de gezichten met een brede, ietwat onverschillige grijns: de ervaren Jeepers. Zij kennen hun bolide door en door kun je wel stellen.

Boven: Sommige Jeepers houden van ‘nagenieten’. Persoonlijk houden we van ‘live genieten’, want nagenieten doen we thuis wel.

Boven: Geen onbekend beeld op off-road evenementen.

Onder: Al jarenlang marshal Natale Dorigo.

‘Cool’ opgespoord. Onverwacht staan we oog in oog met een paar ‘zonderlingen’. Althans, dat is onze eerste gedachte. Waden in een plas met water is tot daar aan toe als je laarzen aan hebt, maar met opgestroopte mouwen in het water de bodem afzoeken is andere koek. Warm is het namelijk nog lang niet en wie doet dat dan? Misschien iemand zijn telefoon kwijt, of wie weet zijn ‘kluts’ (wat dat dan ook mag wezen)? Maar nee, ze zijn  op zoek naar de nummerplaat van hun auto! En ze weten zeker dat hij in de plas moet liggen, want ze hebben visueel bewijs voordat ze de plas in rijden dat de nummerplaat nog op de auto zit en dat hij weg is als ze de plas uitrijden. Het duurt een poosje, maar dan wordt de nummerplaat triomfantelijk omhoog gehouden ten teken dat hij gevonden is.

Boven: Kimberley de Heijde. Yep, dochter van en in het kader van, ‘het zit absoluut in de genen’. 

Boven en onder: De enige ‘flatfender’ die we tegenkomen zorgt voor de mooiste beelden. We kunnen te maken hebben met een Willys of een Jeep. Is dat niet hetzelfde dan? Nou nee. Na de oorlog is er strijd tussen Willys en Ford wie de naam ‘Jeep’ mag gebruiken. Weliswaar noemden de soldaten de auto jeep, maar de naam is dan nog niet officieel. Uiteindelijk mag Willys de naam gebruiken en leggen ze dat vast eind juni 1950. De auto die je ziet is een CJ 3A en die wordt gemaakt van 1948 tot en met 1951. En we kunnen zo niet zien van welk jaar dit exemplaar is, dus moeten we je het antwoord schuldig blijven of het nu een Willys is of daadwerkelijk al een Jeep.

Boven: Rechts de eigenaar van de begerenswaardige Jeep Rubicon 392 HEMI…. Hugo Oomen houdt wel van een ‘ontspannen gekkigheidje’ op zijn tijd. Niet zo ‘gek’ als je het door de week, samen met een compagnon, stervensdruk hebt op je bedrijf Matrho (Industrial Services). Mocht je nog werk zoeken in die sector: goed (technisch) personeel kunnen ze altijd gebruiken! Je ziet hem hier samen met vriend Roland Verberne, die iedereen veel beter kent onder zijn alias ‘Sokkie’. Hoe hij aan zijn bijnaam komt? Niet zo moeilijk als je weet dat hij jarenlang op de markt heeft gestaan met sokken.

Boom zonder wortels. Een opgeworpen hindernis in de vorm van een boom op de rand van een kuil delft het onderspit tegen het ‘ongebreidelde geweld’ van een Jeep en rolt los uit zijn positie. De grap is dat de Jeep daarna omhoog de kuil uit moet. Je ziet het bijna gebeuren. Redelijk steil omhoog rijden betekent dat de achterzijde van de Jeep naar onder komt, maar dat wordt belet door de boom. Een kort sleepje met een lier bevrijdt de Jeep uit zijn benarde, ‘stationaire’ positie.

Boven: Uhhh, ‘uitslovers’…

Boven: Zowaar wordt bij Marshal Stephen Troost de voortgang voor een kort moment belemmerd. Bijna triomfantelijk laat hij zien dat ook hij wel eens een sleepje kan gebruiken. 

Boven: Joost Fokken van Kamera Express gooit met een grote grijns de camera’s van collega Jan in de vuilnisbak, vergezeld van de vraag: “je hebt toch niets meer aan die oude zooi”? Jan is momenteel naarstig op zoek naar een machinegeweer en erg veel munitie…

Boven: De enige leuke hond die we vandaag tegenkomen blijft lekker in de auto zitten. Het is immers de hele middag hondenweer.

Boven: Jazeker, een bordje met het logo van de JCN met daarop het verzoek anderhalve meter afstand te bewaren. Mag binnenkort hopelijk verwijderd worden.

Boven: Als we ooit nog een rijk worden willen we er een, een Jeep JT Gladiator, bij voorkeur in de Rubicon uitvoering en met een….?

Boven: Waar kijken ze naar? Zie de foto hieronder, of er ook vuur is bij de ‘rook’…?

Boven: Ivo van Bree, met zijn puik geprepareerde Jeep Wrangler al jaren deelnemer in de Challenge.

Boven: Lorenzo de Heijde. Yep, inderdaad de zoon van. Zie je wel, het zit in de genen gebakken…

Geldig excuus? Helaas hebben we deze dag wat minder foto’s gemaakt dan gebruikelijk. Net na het middaguur laat storm Franklin prominent van zich spreken. Nog niet de wind is bijzonder hard, maar het begint onophoudelijk flink te regenen. Uw kwartet fotografen weigert stuk voor stuk dan ook om in de stromende regen foto’s te gaan maken. Niet dat we bang zijn om nat te worden, maar we staan bij wijze van spreken doodsangsten uit voor onze kostbare camera’s. Die kunnen wel wat hebben, maar niet in de mate die Franklin uit het zwerk laat neerdalen. Heel veel actie hebben we niet hoeven missen krijgen we al snel de indruk, want de meeste Jeepers houden het bijna net zo snel voor gezien. Keren ze niet direct huiswaarts, dan blijven ze nog even, net als wij, na kletsen in de tent tegen de kantine. En om eerlijk te zijn wordt het daar nog bijzonder gezellig zoals onder meer een ‘reünie’ van buurvrienden Alex & Dee! Laten we hopen dat op een volgend evenement van de club we geteisterd worden door drie opeen volgende hittegolven. Hoe we die gaan noemen denken we nog over.

Fotografie: Ad Woolthuis, Jan Houtkoop, Peter Bouwmans & Martin Brink. Tekst: Martin Brink.

2 thoughts on “Jeep Club Nederland in Overloon”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.