Overijssel- en Drentherit, 29 mei

Na eerst alles in en op de Soes te hebben nagekeken – zit alles nog vastgesjord en rammelt er niets – draai ik resoluut het contactslot om. Het vooronder komt tot leven, maar gelukkig blijven de gordijnen van mijn buren gesloten. Er wacht een rit van een kleine 80 km. naar het meetingpoint van de Overijssel- en Drentherit van de Recreatieve. De navi geef ik opdracht om de kortste route er naar toe uit te puzzelen – binnendoor, want dan zie je nog eens wat.

Boven: De bezemwagen.

Natuurkrachten. Het eerste wat ik zie als ik de bedoelde carpoolplaats annex startlocatie oprijd, is dat ik niet de eerste ben – de organisatie is er al. Naast de gebruikelijke voorbereidingen voor het inschrijven van de deelnemers, houdt men zich ook bezig met het fenomeen ´zwaartekracht´, één van de vier natuurkrachten waar wij als mens dagelijks mee te maken hebben. Uit een blauwe Jimny dondert namelijk al rinkelend breekbaar goed op het grijze asfalt. Dat is een bekend kenmerk bij ´zwaartekracht´: het valt altijd, zonder uitzondering, uiteindelijk naar beneden. Als bij toverslag verschijnen bezem en – jawel – een sneeuwschuiver uit de eerder genoemde Soes om de rommel netjes op te ruimen. Een sneeuwschuiver kan eind mei dan ook prima diensten bewijzen als blik met een lange steel. Trouwens, nooit geweten dat je het begrip ´bezemwagen´ zo letterlijk moest nemen.

Boven: Proef met zwaartekracht is geslaagd.

Aanpassingen. Intussen druppelen de andere deelnemers binnen. Een kleine wijziging in het routeboek wordt tevoren netjes met enige uitleg meegegeven. Alles is, zoals verwacht, prima in orde en zelfs als de al onderweg zijnde voorrijders nóg iets vinden wat niet helemaal overeenkomt met de bollen en de pijlen, wordt dit middels een groot kruis in het roadbook snel handmatig gecorrigeerd.

Boven: Inschrijven, betalen, en dan onderweg.

Regendans. Bij de Recreatieve weet je bij elke route precies wat je qua terreinomstandigheden te wachten staat. Agrarische paden, diepe sporen, bossen, overhangende takken. Dat is erg prettig, zodat ik tevoren een kapzaag in de auto heb gelegd, want je weet maar nooit. ´Niet geschikt voor SUV´s als het in de week voor de rit erg veel regent´ staat er nog bij. Ik beticht niemand ergens van, maar het lijkt erop dat er op hoog niveau wel degelijk connecties bestaan met het KNMI, dan wel dat iemand de regendans ingestudeerd heeft, want precies de week voor de 29e regent het – na maanden van droogte – lekker door. Voor Moeder Natuur komt deze hemeldouche als geroepen en als ik eerlijk ben: voor ons eigenlijk ook. Een béétje uitdaging moet toch wel in een rit zitten, maar in deze contreien zakt het regenwater net zo snel de grond in als de tijd dat het erboven heeft geregend. We laten ons verrassen of het baggeren of stofhappen wordt.

Boven: Men neme een 4×4, een routeboek en een tripteller, en dan kan het los gaan.

Boven: Alle balen wol verzamelen…

Onder: Deze gaat een glansrijke carrière als fotomodel tegemoet.

Keuring. Natuurlijk zijn er echter altijd mensen die van te voren schijnen te weten wáár je vast komt te staan. Of zelfs hópen dat je vast komt te staan.  Zij kennen het terrein, de route, de omstandigheden, het type auto waar je mee rijdt en mogelijk zelfs de capaciteiten van de bestuurder. Bij de Recreatieve zóu dat kunnen resulteren in de bekende gele sticker achterop je auto, met de tekst: Oké, ik sta vast, nou èn?, met het verzoek níet te lachen, die camera weg te doen en een touw te pakken. Met m´n nieuwe Jimny zal dat vastzitten niet zo snel gebeuren, al hoort een tijdelijk oponthoud er gewoon bij. Even later zie ik dat m´n nog glimmende 4×4 door drie, vier man nauwkeurig wordt bekeken. Keuring, zo lijkt het. Een glimlach verschijnt om de monden bij het zien van mijn sanitaire inrichting aan boord, wanneer ik onderweg mijn inwendige waterhuishouding niet meer beheersen kan. Noem het ´plee-mobiel´, zo je wilt.

Op de straatbandjes na schijnt zij keurig door de ballotagecommissie te komen, maar het gewenste rubber is al maanden  – door laten we zeggen de toestand in de wereld – niet leverbaar.

Boven: Die schapen staan rechts, niet links…

Boven: Jobbe Aaldering in zijn element.

Boven: Zandweg tussen koren… ehhh… weilanden door.

Bruin vocht. De koffie is de schuldige dat ik, samen met Johan en Jobbe Aaldering, als laatste vertrek. Wij rijden wel vaker samen. Zonder navigator aan boord is én autorijden, én navigeren een wat lastige onderneming, maar als vrouw kan ik prima meerdere dingen tegelijkertijd doen – behalve sturen en een bladzijde omslaan. Dus bij het laatste plaatje van een pagina zet ik de Soes maar even stil om het roadbook even om te draaien, om zo verder te kunnen rijden. Achter ons die bezemwagen, wat het voordeel heeft dat, als je regelmatig in je binnenspiegel kijkt, je snel doorhebt dat je ergens een afslag hebt gemist. Het als laatste vertrekken heeft echter als nadeel dat je geen flauw idee hebt wat de rest van het deelnemersveld aan het uitspoken is. Zijn zij ergens druk aan het lieren, worden kap- en kettingzagen ingezet om dwarsliggend geboomte uit de weg te ruimen, of hebben zij een uitspanning gevonden voor een welverdiende bak bruin vocht, gelardeerd met bijpassend gebak?

Boven: Een omleiding wordt keurig aangegeven.

Boven: Gretig en gewoon in 2WD door de weinige bagger die er is.

Geblaat. Wanneer wij het eerste deel van het roadbook rijden, geloof ik niet dat er gelierd hoeft te worden.  Mijn vermoeden dat het wel weer zandhappen zal worden, komt echter ook niet uit – het zand is droog maar is nog geen op ´bulldust´ lijkende substantie, de Australische benaming voor zand zo fijn als talkpoeder – stof dat je tot in de kleinste hoekjes en gaatjes blijft tegenkomen.  De route met zandpaden loopt tussen sappig groene weilanden door, met her en der grazend vee in de vorm van koeien, schapen en paarden. Een gewoon normaal Hollands tafereeltje, zogezegd. Bij een keppeltje schapen zet ik de auto even stil, want naast het schrijfwerk van deze rit maak ik ook even wat foto´s. De luxe van meerdere fotografen, verdeeld over een evenement, zoals gewoon is bij Terrein.nu, heb ik helaas niet. Dat scheelt naderhand wel uitzoeken van duizenden foto´s, natuurlijk. Luid blatend komen de tientallen balen wol richting het hek. Er zitten ware fotomodellen tussen, die zelfs poseren om zo netjes mogelijk op de kiek te komen.

Boven: Net zo gretig, maar wel in 4WD er doorheen. Je weet het immers maar nooit op straatbandjes.

Boven: De tijd om ‘m smerig te maken is omgekeerd evenredig aan de tijd om ‘m schoon te maken!

Het laatste baggermaal. Het tweede deel van de rit bevindt zich wat meer naar het noord-oosten, in Drenthe. Bospaden, waar, door de schaduw van de bomen, zowaar wat water is blijven staan. Tóch nog! Aan de sporen te zien heeft vrijwel iedereen de route dwars door de bagger genomen – niet zo heel gek natuurlijk. Na kilometers van zand wil je je wel even wat kunnen uitleven, al is het maar om het zand op je bolide te vervangen door modder. Meer zit er vandaag qua bagger niet in, zou al spoedig blijken. Maar we rijden in een prachtige omgeving: bomen zijn nog frisgroen, op een akker is een boer doende om te maaien, een prachtig zwart paard wordt aan het leidsel weggeleid naar de stal. Ik zou overal wel kunnen stoppen om deze momenten vast te leggen, maar dan wordt het vast avond voordat wij het laatste pijltje uitrijden waarmee de rit ten einde is, en dat is veel later dan de organisatie zich had voorgenomen. We gaan halverwege nog wel op zoek naar een uitspanning om de inwendige mens te versterken en de inwendige waterhuishouding te reguleren, alwaar de bezemwagen ons zal gaan verlaten. Vanaf nu staan wij er alleen voor, maar men heeft het volste vertrouwen dat wij het eindpunt feilloos zullen vinden.

Onder: Zolang deze áchter ons rijdt is er niets aan de hand.

Fotografie: Johan & Jobbe Aaldering, Kitty Madison. Tekst: Kitty Madison.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.