Poland-Breslau, twee fragmenten

Rond dezelfde tijd als dat ondergetekende met de Muddogs in Polen bij Offroad Poland vertoeft start in Polen ook de Breslau-Poland rallye. Sterker nog, de eerste paar dagen ligt het kamp van de Breslau rallye op steenworp afstand van onze onovertroffen verblijfplaats in Kragle, althans, mits je een steen pakweg een kilometer of vijfentwintig ver kunt smijten. Met een, tamelijk bescheiden uitgedrukt, behoorlijk aantal deelnemende Nederlandse equipes is het rekensommetje gauw gemaakt: Kamp Kragle + Kamp Breslau + dicht bij elkaar = je zou gek zijn als je er geen bezoekje aan zou wagen. Besloten wordt om woensdag avond een kort bezoekje te brengen aan het Breslau kamp, want ongetwijfeld zullen we er dan ook wel ‘een paar Nederlanders’ en Belgen tegenkomen. Die hebben, als het goed is, dan al een proloog en een eerste wedstrijddag achter de rug.

‘Sterke opening’. Als we op de ‘plaats delict’ arriveren zakt de zon al een flink eind richting een kortstondige maar innige samensmelting met de horizon. Het neemt niet weg dat het nog ongekend warm is voor de tijd van het jaar en daarmee samen het uur van de dag. Voor ons ligt het uitgestrekte kamp van de Breslau-Poland Rallye, dat baadt in het licht van de ondergaande zon. Het kamp is gelegen aan de oevers van een uitgestrekt meer waarvan het rimpelloze water de stralen zonlicht, niet gehinderd door wolken, als een schier oneindige stroom diamantjes terug de ruimte in kaatst. We spreken af om half negen terug bij de auto’s te zijn zodat we nog een biertje in het hotel kunnen nemen… We hangen onze camera om de nek en maken ons op om het kamp op te gaan. We zijn maar nauwelijks vijf stappen ver of we ‘botsen’ op de eerste Nederlandse equipe. Die zie je op de eerste foto en het zijn Benny en Sander Dille. Deze mannen rijden in een Toyota LandCruiser HZJ 73 en, ondanks dat we hen niet kennen, moeten we hen niet onderschatten leren we weldra. Ze strijden in de druk bezette Open CC (Cross-Country) klasse met 34 deelnemende equipes en weten de eerste manche als tweede te eindigen! ‘Helaas’ zijn we niet in Polen om de Breslau rallye te verslaan, we genieten immers van het off-road in Kragle, maar als we later de einduitslag er op na slaan zien we dat de mannen uiteindelijk een knappe zesde plaats weten te bezetten.

Boven: Maar nauwelijks tien meter verder botsen we tegen ongetwijfeld de meest gezellige Belgische equipe van de Breslau op. Het zijn Seppe Verstegen en ‘Gonzo’ Luc van den Bogerd met hun service crew. Die zijn bezig met het opsporen van een ‘niet hittebestendige’ storing aan hun prachtig groen/witte Daihatsu Rocky (Open Cross-Country klasse). Als tegenmaatregel tegen die ‘ondefinieerbare warmtebron’ in de motor (de motor gooit er zo nu en dan koelvloeistof uit) zorgen deze ‘coole gasten’ er adequaat voor dat ze zelf inwendig koel blijven door zo nu en dan een biertje te consumeren. Gelukkig vergeten ze ook uw verslaggever niet als we bij hen aankloppen voor een babbeltje.

Onder: Als we bij toeval achteloos een ‘blik’ over onze schouder werpen, wordt ons ‘blikveld’ getroffen door alweer een Nederlandse equipe. De bemanning daarvan bestaat uit Rob en Robert van Pelt en die leveren strijd met een Suzuki Vitara (eveneens Open Cross-Country klasse). Op zich nog niet heel spraakmakend, totdat de ‘service crew’ zich omdraait. Verdulleme, dat is niemand minder dan Suzuki goeroe Arno Baauw van Suzi’s Place! Dat houdt voor Rob en Robert wel een dilemma in. Ze kunnen nooit de auto de schuld geven in geval ze slecht presteren. Het komt dus puur aan op hun eigen ‘driving and navigation skills’ (rij- en navigatie vaardigheden).

Boven: Verslaafden zou je kunnen claimen (niet aan lachgas hoor!), want Pierre Statz en Miranda van der Zalm zijn geen onbekenden in de Breslau rallies. Drie keer heb je ze al tegen kunnen komen in de Breslau Poland Rallye, maar ook hebben ze de Balkan Breslau al twee keer met een bezoek vereerd. Enige ervaring kun je het duo dus niet ontzeggen en we kijken er dan ook niet van op dat ze met hun Toyota LandCruiser de top tien van die druk bezette Open Cross-Country klasse weten af te sluiten.     

Boven: Jaren geleden voorspelden we het al, het feit dat de SSV’s (Side-by-Side Vehicle) sterk in aantallen zullen toenemen in off-the-road wedstrijden als de Breslau rallye. We zagen ze destijds voorzichtig en maar mondjesmaat verschijnen, maar inmiddels nemen er 38 deel aan deze Breslau Poland rallye. We worden bij wijze van spreken bedolven onder de Can Am’s en Polarissen. Dat zijn vier starters meer dan auto’s maar dat is een iets te rooskleurig dan wel vertekenend beeld dat we nu schetsen. De SSV’s leveren namelijk alleen strijd in de Cross-Country klasse en niet, zoals de auto’s, ook nog in de Extreme klasse. Op de foto boven komen we, naast het kampement van van Pelt Racing, Bowy Odink tegen die als bijrijder fungeert bij Philon Parpottas. Gaan met hun Can Am X3 XRS vreselijk hard die eerste manche maar dat levert ze onder meer een kapotte versnellingsbak op. Grappig is dat de mannen beiden geregistreerd staan als Cyprioten (Philon is een Cyprioot). Maar we kunnen gewoon Nederlands praten met Bowy…! 

Boven: Gewoon een leuke bijrijdster bezig met het prepareren van de route.

Boven en onder: Ronnie van Baal en Dominique Bovens zijn met hun Toyota LJ70 de enige Nederlanders in de Limited Extreme klasse. De eerste manche vinden ze ‘zeer gemakkelijk’ als we hen letterlijk mogen citeren. Heel erg druk is het in die Limited Extreme klasse niet. Deze sympathieke mannen eindigen na een bikkelharde strijd van een week keurig en precies in de middenmoot, op de tweede plaats…. (slechts drie teams in deze klasse). 

‘BN-ers’… BN-er staat in dit geval niet voor Bekende Nederlander. Halverwege het kamp komen we namelijk een Belgisch-Nederlandse mix tegen op weg naar de grote tent; respectievelijk Roger Schoonbrood en Paul Goss. We horen dat de mannen de eerste dag goed doorgekomen zijn en ergens rond de tiende plek zijn geëindigd. Ze weten die plek akelig goed vast te houden tijdens de race, want in het eindklassement noteren ze uiteindelijk een elfde plaats. Korte tijd later babbelen we nog even met Jim Marsden over de King of Hammers. Jim is, zal geen enkele insider verbazen, grote kanshebber in de Open Extreme klasse. 

Boven: John Groen en Arjan Arendsen in gesprek met Muddogs Driek en Sam de Beij. Nemen deel in de Open Cross-Country klasse met een zogeheten ‘Le Tech G Klasse (MB G)’. John doet met ene Raymond Clements in 2012 mee in de Heroes Legend en weet deze onverwacht te winnen. Niet met de G welke je op de foto kunt bewonderen, maar met een lange cabrio G. Dat smaakt natuurlijk naar meer en verklaart hun deelname in de Breslau-Poland rallye. Leuke en sympathieke mannen die eind van de race hun inspanningen beloont zien met een 22e plaats in het klassement.

Het altijd te vroege ‘afscheid’… We hebben nog lang niet iedereen gezien en gesproken als de tijd dringt en we bij de auto’s onze afspraak met de Muddogs moeten nakomen. Het is intussen al flink donker maar ratelende en puffende aggregaten alom doen het Breslau kamp baden in kunstlicht. De Breslau rallye draagt duidelijk de sporen van ‘een 24-uurs economie’. We stoppen even om toe te zien hoe een MAN met een diepe, korte maar onmiskenbaar venijnige grom een tijdelijk vastzittende, flink uit de kluiten gewassen DAF truck met oplegger met het grootste gemak uit het mulle zand weet te bevrijden. Voorlopig is het gros van de deelnemers nog wel bezig met het rallye klaar krijgen van de bolides en zal niet iedereen aan zijn nodige uurtjes nachtrust toekomen. We krijgen eind van onze Kragle week een tweede kans om een stukje van de Bresla-Poland rallye te proeven horen we, maar dan een stukje van de race. De organisatie van de rallye heeft een mooi punt uitgezocht om de race van nabij te kunnen bekijken. Dat is een punt pakweg anderhalf uur rijden van Kragle, maar richting Nederland. De Muddogs besluiten de week Kragle een halve dag vroeger te eindigen om zo een stukje van de race mee te kunnen pikken. Het loopt iets anders dan de verwachting; gelukkig wel in positieve zin. Hoe, dat lees je verder hieronder.

Extreme Cars Open.

Planning. De week Kragle wordt de laatste dag afgesloten met het in de ochtend afspuiten van de ‘strijdwapens’ in plaats van het meer gebruikelijk afspuiten in de middag. De off-road bolides worden op de kar gereden, met uitzondering van de Unimog van Joost die zijn wegbanden terug monteert. Hij is immers ook rijdend over de weg naar Kragle gekomen. In het hotel wordt een laatste lunch genuttigd en dan gaat het konvooi Muddogs, inclusief Steven van Lier, op weg om een vleugje Breslau-Poland rallye op te snuiven. De Breslau rally is in de loop van de week opgeschoven in westelijke richting, zo’n anderhalf uur rijden van Kragle. Het is onzin natuurlijk om anderhalf uur naar het westen te rijden, tevens richting Nederland, om dan na het zien van de rallye anderhalf uur terug te rijden naar Kragle om dan na een nachtje slapen opnieuw anderhalf uur in westelijke richting te rijden. Besloten wordt dan ook om na de rallye even verder te rijden en dan een hotelletje te pakken. Dat is vooraf voor ons gereserveerd door een bevriende Poolse dame. De route naar huis is de volgende dag dan een aangename anderhalf uur rijden korter.

Een tweede ‘plaats delict’. Ruim op tijd arriveren we op het ons toegestuurde kijkpunt. Een controlepost (CP) bevestigt dat de rallye hier langs zal komen maar het is niet de Open Cross-Country klasse leren we al gauw. We gingen er van uit dat we onder meer de hierboven besproken teams wellicht voorbij zouden zien komen, maar het is de Open Extreme klasse die we hier ongeveer op de helft van hun route zullen zien passeren. Voorbij wat bomen en struikgewas kuierend doemt recht voor ons de reden op waarom dit de Extreme klasse wordt genoemd. Een ogenschijnlijk onschuldig ogend vennetje van pakweg een meter of tien lang en zes meter breed verspert de laatste meters richting de CP. Het zo onschuldige ‘plasje’ wordt omgeven door gras en wat struiken en ziet er verder solide uit. Ook dit is echter een kwestie van ‘schone schijn’ ontdekken we als we met een lange tak de diepte willen meten van het plasje. Rondom de plas is het ‘ernstig zompig’. We zakken centimeters de bodem in en rondom onze voeten borrelt het water bijna dreigend, maar in ieder geval waarschuwend, omhoog. Zo van, “kijk uit, wandelende en argeloze aardbewoner, nog een stap verder en je wordt door ons verzwolgen”. Wij zijn in ieder geval gewaarschuwd, de deelnemers nog niet bedenken we als we, met onze camera’s in de aanslag, onze positie innemen.

Twee keer boven en hieronder: Het zal een klein uurtje later zijn als we in de verte de bijna ingetogen maar desondanks luidruchtige brul van een dikke achtcilinder horen. Onmiskenbaar de auto van Jim Marsden en diens co-piloot James Ayre. Onmiskenbaar tenminste als je de auto eerder gehoord hebt. Slechts een tiental seconden later verschijnt in de verte ‘om de hoek van een aantal bomen’ inderdaad de auto van Jim en James. De afstand van ‘in de verte’ tot aan het vennetje wordt in ogenblikken afgelegd en dan staan ze voor de keus ‘waar door het vennetje’ te gaan. Ze kiezen voor rechts. Een korte aarzeling en dan ‘springt’ de bolide van de mannen bijna gretig het ven in. Iets te gretig misschien, want ogenblikkelijk worden de vele paarden onder de motorkap tot een abrupt halt geroepen. Ook de omstanders zien nu de ware aard van het vennetje: venijnig! Co-piloot James, die niet in de auto zat, springt direct het ven in en waadt naar de voorzijde van de auto. Een kort stukje liertouw met de haak ligt al klaar maar zal verder uitgerold moeten worden om aan een circa twintig meter verder staande boom bevestigd te kunnen worden. Dat valt echter niet mee, want het touw is in een vermoedelijk eerdere redding strak tussen de windingen getrokken. En die staan nu een flink stukje onder water zoals je op de foto’s kunt zien. Het lukt James na een kleine tien minuten om het touw los te krijgen en dan is het leed snel geleden. Het oponthoud heeft in ieder geval geen effect gehad op de einduitslag, want Jim weet de Open Extreme klasse op zijn naam te schrijven. 

Met modder besmeurde scherprechter. Jim en James zijn maar nauwelijks uit het zicht verdwenen of de volgende equipe dient zich aan. Dat zijn Hardo Mere en Piotr Kujawski uit respectievelijk Estland en Polen die ook in de einduitslag als tweede zullen eindigen. Zij kiezen er voor om iets rechts van het midden door het ven te gaan. Dat geldt ook voor alle volgende equipes, de keus die ze moeten maken om door het ven te gaan. Het ven verandert daarbij dramatisch. Het is weldra geen ven meer, maar een soort ‘poel van verderf’. Dikke modder en die modderpoel groeit uit tot minstens drie keer het formaat van het ven. Enfin, we laten de beelden voor zich spreken.

Boven en twee keer onder: Franck Daurelle en Francoise Hollender (Euro 4×4 Parts) arriveren als derde bij het ven c.q. de poel des verderf. Die positie zullen ze tot het eind van de wedstrijd weten te handhaven.

 

Twee keer boven en onder: David Drancourt en Maxence Walocha.

Boven en vijf keer onder: De eerste Nederlanders die we zien zijn Eric Plomp en Niels Wijnia. Ze arriveren als vierde bij het ven en kiezen er voor om het links in te duiken. Helaas krijgen ze even voorbij het ven te kampen met pech en vallen ze deze manche uit. In het eindklassement bezetten ze de veertiende plaats (van de 23 deelnemende equipes).

Twee keer boven en hieronder: Gilles Girouse en Benoit Bonnefoy (heerlijk die achternaam…!) uit Frankrijk vallen vooral op door hun “Mercedes G’. Die heeft namelijk aandrijving op zes wielen zoals je ziet. Terzijde, veel Franse teams in de Open Extreme klasse. In de einduitslag zien we op de plaatsen drie tot en met tien allemaal Fransen. Van de 23 deelnemende equipes zijn er dertien en een half afkomstig uit Frankrijk. 

 

Boven en onder: Het team Juliette en Julien Godart uit Frankrijk blaast stoom af.

 

 

Boven: Stephane Jolly en Mickael Vaudry uit Frankrijk.

Boven: Matthias en Martin Hertwig uit Duitsland. Eindigen net buiten de top tien op een elfde plaats in de einduitslag. 

 

Boven twee keer en onder twee keer: Stephane Oleksy en Francois Chantier uit Frankrijk in hun prachtige Toyota BJ. De teamnaam van deze mannen duidt niet geheel toevallig ook op de auto: de BJ Brothers. 

Boven: Sylvain Tournaud en Robin Lemaitre uit Frankrijk.

Boven en drie keer onder: De uitgevallen Niels Wijnia dirigeert pa Sjoerd Wijnia, co piloot van Willem Vellinga (startnummer 333), in de richting van waar hij het beste door het ven kan gaan.

Boven: Christophe en Dimitri Moine uit Frankrijk. Eind van de race bezetten ze de vierde plaats.

Boven en onder: De nationaliteit begint eentonig te worden, de afwisseling bestaat uit de bemanning. De Fransen Guillaume Boudoux en Antoine Fayolle. 

Drie keer boven en drie keer onder: Een team uit de Extreme Limited klasse, Maciej en Beata Pelc in een Nissan Patrol. Afkomstig uit Polen weten zij de wedstrijd op hun naam te schrijven.

 

Boven en onder: Jos Beekman, co-piloot van Jip Saris… Beelden zeggen meer dan woorden hebben we de indruk….

Gemist. Wie we niet voorbij hebben zien komen zijn Jaap Hiemstra en Jordy van Kuijlenborg. Als we de uitslagenlijst bekijken, waarop ze bovenaan staan (moet je de lijst wel op zijn kop houden), dan zien we dat ze verschillende keren de maximale tijd aan hun broek hebben gekregen. Dat houdt in dat ze uitgevallen zijn tijdens de wedstrijd en dus moeten ze te kampen hebben gehad met pech. Jaap een beetje kennende laat hij dat niet op zich zitten…  

Tekst & fotografie: Martin Brink.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.